 |
Lhasa Het vliegveld van Lhasa is een open, weidse plek tussen de kale steenbergen. De Tibetaanse gids vertelt tijdens de autotocht de laatste nieuwtjes: “De laatste drie jaar wordt het in de zomer steeds warmer in Lhasa met een gemiddelde temperatuur van 25 graden, vroeger was het gemiddeld 17 graden. Het is gunstig voor de toeristen maar de boeren en nomaden zijn verontrust. Er valt te weinig regen. Er worden nog steeds te veel bomen gekapt door de Chinezen. Zij creëren een ecologisch probleem in Tibet. Zij luisteren niet naar de waarschuwingen van de oude Nomaden die ons land als geen ander kennen. Dat gebeurde ook bij het bouwen van de bekende nieuwe treinverbinding van Golmud naar Lhasa. De nomaden waarschuwden de Chinesen: jullie moeten een hoge muur bouwen. Maar de Chinesen sloegen de raadgevingen in de wind. Nu sterven er ieder jaar duizenden yaks want zij springen over de lage muur en komen op de rails terecht maar zijn kunnen er niet meer uit als de trein aankomt”. Ik luister en kijk naar de gele koolzaadbloemen die weelderig bloeien langs de wilde rivier. De eerste keer dat ik in Lhasa aankwam ging ik direct op zoek naar een fles Tibetaans bronwater. Ik wilde geen Chinees bronwater kopen. Maar er was geen bronwater te koop dat uitsluitend door Tibetanen gebotteld wordt. Na vijf minuten gaf ik het op. Ik besefte later beschaamd: het economisch embargo is strategische machtspolitiek voor beginners. Uit de geschiedenis kunnen wij leren dat het economisch embargo gefaald heeft in Iran, Cuba en Oost-Europa. Met een bezoek aan Tibet steunt u de Tibetaanse gemeenschap doordat u bijvoorbeeld de Tibetaanse gidsen betaald en in Tibetaanse hotels en restaurants eet.
Lhasa Ik word wakker door zacht gezang uit de keuken van het Odanhotel. Het zijn Tibettaanse liedjes en het houdt wel een kwartier lang aan. Wanneer heb ik in Nederland voor het laatst iemand horen zingen tijdens de afwas? Ik vraag yak-yoghurt bij het ontbijt maar men legt mij uit dat het di-yoghurt is. De yak is de stier en die heeft geen melk: het is di-boter en di-yoghurt. Na het ontbijt ga ik naar het Tibettaanse ziekenhuis met als doel: preventief de kruiden tegen de hoogteziekte slikken. In de gang die ook dient als wachtkamer staat een Tibettaanse van het platteland met de befaamde roodgekleurde wangen. Zij wacht. Zij draagt een bruin tibettaans schort met roze blouche. Zij komt na enig staren naar mij toe en wijst lachend op de decollote van mijn zomerjurk. Zij schudt haar hoofd en raakt mij aan. Zij lacht zo liefelijk, onschuldig en vriendelijk dat ik alles voor haar wil doen. Ik sta het toe. Zij doet mijn zomervestje dicht. Ik kan volgens haar niet met decollote bij de dokter verschijnen. Haar oude moeder wijst nu op haar dikke knie en steunt. De dochter knielt en masseert haar moeders benen.
Familieleven in een traditionele familie in Lhasa Op zaterdag 7 juli bezoek ik samen met mijn tolk Kompo de familie Lobsa. Na een korte wandeling door het centrum komen wij plotseling op een Tibettaanse binnenplaats met kleurrijke huizen. Een waterput waarbij een vrouw in de stralende zon haar handwas doet, haar kind speelt daarbij. Binnen ligt een stokoude buurman te slapen op de bank. . Er zijn veel mensen in huis want het is zaterdag en dan gaan de mannen het gokspel mana spelen. Wij vrouwen drinken 25 kopjes boterthee. Ook worden er stukjes gedroogde abrikozen en rozijnen aangeboden. Moeder Tapsa is 58 jaar, zij is weduwe en heeft drie kinderen. Zij vertelt: “Ik doe de kora elke dag. Ik sta op en verwissel het water in de schalen van de huistempel en dan ga ik de kora lopen om de Jokjang met mijn gebedswiel. Mijn zus gaat ook mee. Mijn dochter blijft thuis en zorgt voor het ontbijt. Het belangrijkste tibettaanse religieuze feest is: „full moon“ in mei. Dat is de geboorte van de Sakya Muni Boehda. Dan vasten wij een maand. Dat betekent dat wij een maand lang geen vlees eten. Maar de meeste keren lukt dat niet en dan eten wij geen vlees op de derde, achtste en vijftiende van de maand. Ik hou van veel familie en buren om mij heen, met hen ben ik gelukkig. De vrouwen vragen of ik ook een grote sterke Europese man ken. Zij houden van grote mannen en willen trouwen. Ik zeg dat ik er een ken Boudewijn Richel en dat ik hem morgen mee zal nemen en dat hij nog vrij is. Zij lachen. „Wij vinden het leuk om grappen te maken“, zegt Tapsa.
De geesten van Samye Ik trek te paard met de nomaden mee, een schitterende pelgrimstocht van Ganden naar Samye. Het toppunt van de reis is een hoog bergplatteau met vruchtbare grasgrond waar authentiek bruine nomadetenten staan. Rook komt uit de schoorstenen. Grote honden komen ons blaffend verwelkomen. De nomadefamilies zwaaien ons toe in traditioneel kostuum. En hoe koken zij hun water? Zoals vele boeren in Tibet met zonneenergie. De reis gaat verder per traktor. Er wordt niet gesproken en het vruchtbare dal gaat over in de uitgestrekte zandvlakten van Samye. De weg is hobbelig. Het is heet. In de verte doemen kleurrijke stoepa's op: rood, zwart, groen en wit en op de achtergrond kale steenbergen. Het Samyeh-tempelcomplex is een mandala-representatie van het boedistische universum. Het model is gebaseerd op de Odantapuri-tempel van Bihar in India. Vanuit de traktor lijkt het of wij een goed onderhouden ommuurde kloosterstad inrijden met imposante gebouwen. Er ligt een glimmende asfaltweg met brede troittoirs voor de goudkleurige, blinkende kloosterpoort. De traktoren rijden in volle vaart de poort door. Het is wezensvreemd, de sfeer binnen de muren. Protserigheid afgewisseld met slecht onderhouden, vernietigde tempels. De Tibetaanse bouwstijl is vermengd met de Chinees-Indische. Samyeh is door de eeuwen heen opgebouwd en weer afgebroken. De laatste keer tijdens de culturele revolutie van 1949. Er staat een schaap voor de ingang van de grote stoepa. Er liggen betonnen rioolpijpen aan de rand van het terrein. Het is groots opgezet door Koning Trisong Detsen ongeveer tussen 765 en 780. Het verhaal gaat dat de koning grote problemen had bij de bouw van het klooster. Samyeh was een plek bestemd voor een Boedha. Maar daar waar een boedha zich kan manifesteren verschijnen ook de boze geesten. Iedere nacht werd afgebroken wat tijdens de dag was opgebouwd. Er wordt verteld dat dit veroorzaakt werd door de zwarte magie-praktijken van de meerderheid aan Bon-gelovigen aan het hof die tegen het Boedhisme streden. Koning Trisong Detsen haalde Padmasambhava (Guru Rinpoche) uit India om het probleem op te lossen. Padmasambhava vloog met zijn ziel een circel langs het bouwterrein, daar waar de huidige kloostermuur ligt om de boze geesten buiten te sluiten. Bovendien trouwde hij met een belangrijke vrouwelijke geest en daarmee had hij de boze geesten onder zijn controle. Deze actie stond symbool voor de overwinning van het Boedhisme over het Bon-establisment van Tibet. Er zit een aapje bij een van de tempels. Hij zit vast aan een ketting. Een groot binnenplein in de snikkende hitte. Een aap aan een ketting die aan een grote ijzeren paal omhoog kan klimmen. Er liggen colablikjes. Een kleine Tibettaanse vrouw staat net als ik bij de ingang. Aan de overkant staat haar familie; zij gebaren dat zij moed vat en het plein overstapt. Maar de vrouw durft niet. De aap gooit colablikjes naar haar. Ik besluit voor de vrouw uit te gaan zodat zij achter mij kan lopen. De aap laat mij met rust. Ik zie echter te laat dat de aap een steen pakt en die richt die op de Tibettaanse vrouw die siddert van angst. Hij gooit rakelings langs haar oren. Ik ben woedend op de aap. Hij gaat in een mannelijke macho houding zitten. Ik verdenk de aap ervan de vrouw te plagen omdat zij mank loopt, deze boze aap pakt de zwakste persoon. Later hoor ik van Lama Obama dat de aap vrijgekocht is door een monnik. Het aapje woont hier sinds 2005. Hij hoorde oorspronkelijk bij een Chinese straatact en is door het publiek wreed gepest. De tempel is versierd met oude dierenhuiden. Een vos. Een gewei. Dit is een tempel waarin gebeden wordt voor het lot van de dieren. Het boze, neurotische aapje zit na mijn bezoek nog steeds voor zijn hokje in een dreigende macho-houding . Ik besluit via een andere weg de tempel te verlaten. Zelfs de mooiste tempels zijn slordig afgewerkt als ik in de duisternis omhoog kijk zie ik: kippengaas. Een kleine meditatiekamer bij een tempel: ooit heeft iemand er liefdevol een rozenstruik bij gezet, die nog dapper doorbloeit op de zandgrond, beschermt wederom door kippengaas. De binnenkant van het huisje is verlaten, een stoffige rotzooi. wat doen de honderd monniken van Samye? Waar zijn zij? Ik zie ze niet bidden of chanten. Er staan er een paar bij de ingang om de kaartjes te verkopen maar verder ligt het terrein er verlaten bij. De duiven koeren en schijten. S’avonds dineren wij in een authentiek Tibettaans eethuisje in het dorp. Iedere keer als de deur opengaat komt er een Tibettaanse vrouw met sprokkelhout binnen. En een lammetje loopt dartelend achter haar aan de keuken in alsof hij met mobiele is opgeroepen en zich vrijwillig meld voor de soep. De deur opent zich voor nieuwe gasten: weer zie ik een vrolijk lam met kwispelend staartje richting de keuken lopen. In Tibet melden de lammeren zich vrijwillig voor de slacht. Een tibettaanse jongen tilt het lam definitief de keuken uit en zet hem hem op straat. Het draaideurspel voor het lam is hierbij afgelopen. De appelsap duurt lang maar is versgeperst. Dit is het uitgaansleven in Samyeh. Pelgrims uit Butan schuiven aan een tafel naast ons. Verderop zitten boedhisten uit de Tibettaanse regio: Kham, zij hebben rode monnikskappen op als zonnekleppen. Een maffiosi uit New York kijkt ons strak aan. Maar lama Obama zegt dat het een pelgrim is. „Die man is de goedheid zelve“. Later zie ik dat zijn gezicht door een ziekte gehavend is. Hij klopt Lama Obama vriendelijk op zijn schouder als hij vertrekt.
Chimpu-Mountain Nog verder omhoog trekken wij. Ik mediteer tijdens de wandeling. Ik kijk omhoog. Wie staat mij daar voor de eerste cave op te wachten? Jambaishi, hij zwaait. Deze toegewijde meditator is 40 jaar , hij verloor zijn ouders in zijn kinderjaren. Hij startte op zijn 21e jaar als pelgrim en trok vele kloosters langs. Hij ging ook naar Mount Kailash. Hij bedelde om te overleven. Dat is het ritueel van alle pelgrims. Toen hij hier aankwam stond de grot van Patmasambava, de grondlegger van Samyeh leeg. Hij hoopt dat hij zijn hele leven in deze mooie grot mag blijven wonen. Hij zou hier graag willen sterven. „Kunt u eraan werken via uw jarenlange meditaties om een grote lama te worden?“ Nee, dat is onmogelijk. Je wordt uitsluitend lama door reincarnatie. Ik had zoveel verwachtingen van de mannen in de grotten. Ik had verwacht dat zij nachtenlang konden door mediteren. Maar dergelijke hoogstandjes beheerst jambassi niet. Hij kijkt zelfs boos als ik hierna vraag. Dat zijn de machtstrucs van de mensen van het oude Bohn-geloof. Niemand op deze berg beoefent macht in de geesteswereld. Wij van de Nyingmatraditie oefenen uitsluitend en alleen de compassie voor onze medemens. Wij zitten hier niet om zelf slimmer en krachtiger te worden. Wij zitten hier om te bidden voor andere mensen en dieren. Dat zij gelukkiger worden. Niet wijzelf moeten hier gelukkig van worden! Ik herinner mij dat de dochter van Tapsa die zelfs in de gevangenis nooit voor zichzelf aan Bhoeda dacht. „Aan boedha denk je om andere mensen gelukkig te maken“.
|
 |
|